Pruiken en revoluties

Home / Pruiken en revoluties    |    Terug

Tijdvak 7: 1700-1800

De achttiende eeuw was een veranderlijke periode in Nijmegen. Op maatschappelijk gebied veranderde er veel. Er kwamen bijvoorbeeld genootschappen en het familieleven werd belangrijker. Ook op het gebied van de politiek was het onrustig in de achttiende eeuw.

De Plooierijen
In 1702 ontstond in Nijmegen een strijd om de politieke macht tussen twee groepen regenten (stadsbestuurders): de Oude en de Nieuwe Plooi. Uiteindelijk leidde dit tot de moord op zes Nijmeegse regenten in het stadhuis. De plooierijen, zoals deze politieke strijd genoemd werd, kan niet echt gezien worden als een democratische vernieuwing. Ook de nieuwe bestuurders regeerden nog zonder inspraak van anderen. 

Sloop van de Valkhofburcht 
In 1795 nam Gelderland het besluit de vervallen Valkhofburcht te slopen omdat het te duur was om te herstellen en onderhouden. Van alle gebouwen op het Valkhof bleven alleen de Sint-Nicolaaskapel en de Sint-Maartenskapel (ook bekend als de Barbarossaruïne) overeind staan. Nijmegen was fel tegen de sloop maar de stad kon er niks aan veranderen. De burcht was van Gelderland en niet van Nijmegen. Toch zagen de Nijmegenaren het complex als een symbool van de onafhankelijke positie die Nijmegen altijd had ingenomen binnen Gelderland. 

'Revolutie'
Vanaf 1781 kwam er steeds meer ontevredenheid onder veel burgers in de Republiek, de patriotten. Zij wilden dat meer macht bij de burgers kwam te liggen en minder bij de stadhouder. Hierdoor ontstond er een strijd tussen de patriotten en de Oranjegezinden. Deze patriotse revolutie mislukte in eerste instantie maar een aantal jaar later kwam er toch een einde aan de Republiek. 
In 1794, na de Franse Revolutie, kwam Nijmegen onder Franse invloed te staan en kreeg zo dus te maken met het verschijnsel 'revolutie'. Dit was het einde van de Republiek, de Bataafs-Franse tijd was begonnen. In deze periode verloor Nijmegen haar voorrangspositie boven de andere Gelderse steden. Tussen 1810 en 1814 was de stad zelfs ingedeeld bij Frankrijk.
Nijmegen had veel te lijden onder de Franse overheersing. De duizenden Franse soldaten in de stad eisten heel veel voedsel, kleding en materialen. Met de Nijmeegse economie ging het in deze periode erg slecht. Ook de invoering van de dienstplicht maakte het Franse bestuur niet erg geliefd. Nijmegen was dan ook blij dat de Fransen de stad in 1814 verlieten.
De Fransen hadden ook goede dingen gebracht. Zo ontstond er landelijke wetgeving, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs en rechtspraak. Ook werden bepaalde principes en grondrechten vastgelegd, zoals gelijkheid van iedereen voor de wet, scheiding van kerk en staat en scheiding van bestuur en rechtspraak.

Geschiedenislokaal024

Pruiken en revoluties

Omschrijving

Tijdvak 7: 1700-1800

De achttiende eeuw was een veranderlijke periode in Nijmegen. Op maatschappelijk gebied veranderde er veel. Er kwamen bijvoorbeeld genootschappen en het familieleven werd belangrijker. Ook op het gebied van de politiek was het onrustig in de achttiende eeuw.

De Plooierijen
In 1702 ontstond in Nijmegen een strijd om de politieke macht tussen twee groepen regenten (stadsbestuurders): de Oude en de Nieuwe Plooi. Uiteindelijk leidde dit tot de moord op zes Nijmeegse regenten in het stadhuis. De plooierijen, zoals deze politieke strijd genoemd werd, kan niet echt gezien worden als een democratische vernieuwing. Ook de nieuwe bestuurders regeerden nog zonder inspraak van anderen. 

Sloop van de Valkhofburcht 
In 1795 nam Gelderland het besluit de vervallen Valkhofburcht te slopen omdat het te duur was om te herstellen en onderhouden. Van alle gebouwen op het Valkhof bleven alleen de Sint-Nicolaaskapel en de Sint-Maartenskapel (ook bekend als de Barbarossaruïne) overeind staan. Nijmegen was fel tegen de sloop maar de stad kon er niks aan veranderen. De burcht was van Gelderland en niet van Nijmegen. Toch zagen de Nijmegenaren het complex als een symbool van de onafhankelijke positie die Nijmegen altijd had ingenomen binnen Gelderland. 

'Revolutie'
Vanaf 1781 kwam er steeds meer ontevredenheid onder veel burgers in de Republiek, de patriotten. Zij wilden dat meer macht bij de burgers kwam te liggen en minder bij de stadhouder. Hierdoor ontstond er een strijd tussen de patriotten en de Oranjegezinden. Deze patriotse revolutie mislukte in eerste instantie maar een aantal jaar later kwam er toch een einde aan de Republiek. 
In 1794, na de Franse Revolutie, kwam Nijmegen onder Franse invloed te staan en kreeg zo dus te maken met het verschijnsel 'revolutie'. Dit was het einde van de Republiek, de Bataafs-Franse tijd was begonnen. In deze periode verloor Nijmegen haar voorrangspositie boven de andere Gelderse steden. Tussen 1810 en 1814 was de stad zelfs ingedeeld bij Frankrijk.
Nijmegen had veel te lijden onder de Franse overheersing. De duizenden Franse soldaten in de stad eisten heel veel voedsel, kleding en materialen. Met de Nijmeegse economie ging het in deze periode erg slecht. Ook de invoering van de dienstplicht maakte het Franse bestuur niet erg geliefd. Nijmegen was dan ook blij dat de Fransen de stad in 1814 verlieten.
De Fransen hadden ook goede dingen gebracht. Zo ontstond er landelijke wetgeving, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs en rechtspraak. Ook werden bepaalde principes en grondrechten vastgelegd, zoals gelijkheid van iedereen voor de wet, scheiding van kerk en staat en scheiding van bestuur en rechtspraak.